Auto van de zaak vanaf 2004, hoe zit dat ook al weer?
Per 1 januari 2004 geldt voor de auto van de zaak voor de inkomstenbelasting een vast bijtellingspercentage van 22% van de cataloguswaarde. Daarnaast wordt vanaf die datum ook het woon-werkverkeer als zakelijke rit aangemerkt. De bijtelling kan vanaf 2004 alleen worden voorkomen indien "blijkt" dat de auto op jaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privé-doeleinden is gebruikt. Degene aan wie de auto ter beschikking is gesteld, moet dit bewijs leveren. De Belastingdienst heeft op 9 april 2004 een besluit gepubliceerd, waarin meer duidelijkheid wordt gegeven over de manier waarop dit bewijs kan worden geleverd.
Bewijs: minder dan 500 kilometer privé
In het besluit van 9 april 2004 wordt duidelijk welke vormen van bewijs in de ogen van de Belastingdienst voldoen aan het begrip "blijken".
Enkele concrete voorbeelden uit het besluit zijn:
1) Werkgever en werknemer sluiten een overeenkomst die privé-gebruik verbiedt.
2)
De werknemer wordt verplicht de auto buiten werktijd op het terrein van de werkgever te stallen.
BTW
In afwijking van de inkomstenbelasting geldt voor de BTW dat het woon-werkverkeer als privé-gebruik wordt aangemerkt. Voor het privé-gebruik van de ter beschikking gestelde auto wordt de BTW-correctie gesteld op 12% van 22% van de cataloguswaarde inclusief BTW. Wordt arbeid verricht op verschillende plaatsen (bouwvakkers, vertegenwoordigers, onderhoudsmonteurs en dergelijke), dan kunnen de ritten van en naar de werkplek onder omstandigheden toch als zakelijk worden aangemerkt. Voor dit soort situaties is in een besluit van 11 mei 2004 een nadere toelichting gegeven.
In het bijgevoegde memorandum leest u meer over beide besluiten.
http://www.meijburg.nl/documents/Fiscalebehandelingautovdzaak2004.pdf
Dit artikel is afkomstig van KPMG Meijburg & Co
Wilt u meer informatie over een auto van de zaak of wilt u contact met ons opnemen?
Klik hier en laat het ons weten!