Het is onjuist om Balkenende lof toe te zwaaien omdat hij met zijn harde bezuinigingen zijn politieke lot zou tarten. Cruciale ingrepen blijven liggen.
Hans Goslinga refereert in Trouw aan een advies van de Raad van State waaruit hij afleidt, dat het kabinet nog lang niet diep genoeg in de collectieve uitgaven heeft ingegrepen. Het advies „werpt dus een wat ander licht op het kabinetsbeleid: Balkenende gaat niet te ver, maar niet ver genoeg”. En dus verdient Balkenende eerder lof dan kritiek voor de wijze waarop hij met zijn harde ingrepen bereid is zijn politieke lot te tarten.
Een soortgelijke conclusie kan uit het advies echter alleen worden getrokken, indien slechts wordt gekeken naar het feit en de omvang van de ingrepen, maar niet naar de aard ervan. De Raad van State doet dit wel en noemt met name twee terreinen die het kabinet in zijn ombuigingsbeleid ten onrechte ongemoeid laat, namelijk de leeftijdsgrens van 65 jaar en de hypotheekrenteaftrek.
Het is niet de eerste keer, dat de Raad van State dit doet. Omdat dit kennelijk niet het beoogde effect heeft gehad, doet hij het nu met meer urgentie. Goslinga noemt dit onderdeel van het advies ook, maar verbindt daaraan een verkeerde conclusie. Want kenmerkend voor het advies is niet zozeer, dat het kabinet te weinig ingrijpt als wel dat het verkeerd ingrijpt.
Daarmee keert de Raad van State zich ook tegen de wijze waarop het kabinet zijn ombuigingsbeleid verdedigt. Het kabinet houdt ons steeds voor, dat de zaken onder voorgaande kabinetten financieel uit de hand zijn gelopen (waarvoor dan allereerst Zalm, minister van financiën in die kabinetten, verantwoordelijk zou moeten worden gehouden, maar dit wordt er wijselijk niet bij gezegd) en dat de door het huidige kabinet uitgevoerde ingrepen dus nodig zijn. Wie daar kritiek op heeft, wordt verweten de ernst van de situatie niet te onderkennen, hetzij door gebrek aan kennis hetzij door gebrek aan moed hetzij door gebrek aan politieke wil. Bert de Vries kan er van meepraten.
In deze redenering zit een misleidende gedachtesprong. Er zijn niet zoveel mensen die niet inzien, dat de zaken scheef zijn gegroeid en dat aan ingrijpende maatregelen niet valt te ontkomen. Dit rechtvaardigt echter nog niet de aard van de getroffen maatregelen. Dit lijkt mij de kern van de waarschuwing van de Raad van State. Die waarschuwing houdt niet zozeer kritiek in op wat het kabinet wel doet, maar vooral op wat het niet doet.
In dit verband wijst het met nadruk wederom op het onaangetast laten van de leeftijdsgrens van 65 jaar en van de hypotheekrenteaftrek. Daarmee legt hij de vinger op twee zere plekken, want er zijn zeer goede redenen aan te voeren, waarom juist deze twee terreinen voor herziening in aanmerking komen. meer dan tal van andere terreinen die wel door het kabinetsbeleid worden getroffen.
De vergrijzing is geen onvoorzien probleem. Dertig jaar geleden heeft Drees (junior) er al voor gewaarschuwd, dat we met het handhaven ervan zouden vast lopen. Hij stelde daarom voor om gedurende twintig jaar die grens van 65 elke vier jaar met een jaar te verschuiven, zodat we uiteindelijk op 70 zouden uitkomen. Was er toen naar hem geluisterd, dan zou het probleem zich nu niet voordoen. Maar er werd niet geluisterd naar deze „cijferaar”, niet door Biesheuvel, niet door Den Uyl, niet door Van Agt, niet door Lubbers (en niet door mij). Terwijl er toch heel goede redenen voor zijn ideeën waren en zijn.
Sinds de invoering van de AOW is de gemiddelde levensduur met zeker tien jaar verlengd. In diezelfde tijd is het moment waarop mensen in het arbeidsproces treden door de betere en langere opleidingen opgeschoven. Wat is er eigenlijk op tegen om de pensionering gelijke tred te laten houden met de verschuiving van de opleidings- en levensduur? Dezelfde ratio, die ooit ten grondslag lag aan de leeftijdsgrens van 65 jaar, zou vandaag tot een veel later tijdstip leiden.
Over de onrechtvaardigheid van de hypotheekrenteaftrek in zijn huidige vorm (niemand pleit voor volledige afschaffing) is al zoveel geschreven, dat er weinig nieuws over te zeggen valt. Die onrechtvaardigheid wordt eigenlijk ook niet ontkend, maar op oneigenlijke gronden toch gehandhaafd. Een van die gronden is, dat met het aantasten van verkregen rechten de ene onrechtvaardigheid voor de andere zou worden ingeruild. Maar niemand bepleit die aantasting. Alle serieuze alternatieven gaan uit van nieuwe regels voor nieuwe gevallen.
Daar wordt dan weer tegen aangevoerd, dat dit leidt tot een ongelijke behandeling van oude en nieuwe gevallen. Onze wetgeving wemelt echter van bepalingen, die bij nieuwe wetgeving bestaande rechten onaangetast laten. Het gaat om wat iemand op grond van bestaande wetgeving mag of zal mogen verwachten. Dáár wordt rekening mee gehouden. Bovendien hoor ik dit argument nooit, als er wordt gepleit voor verhoging van maximumstraffen.
Het kabinet doet het voorkomen, alsof er geen alternatief is voor zijn beleid. Welnu, bij herhaling aangereikt door de Raad van State liggen er hier twee voor het oprapen. Als het kabinet de moed zou hebben alsnog deze twee punten aan te pakken, (daadkrachtig en voortvarend, weet u wel?) zou het drie doeleinden in één keer bereiken. Het zou een grote bijdrage leveren aan de oplossing van de breed erkende problemen. Ingrepen, die nu zeer kwetsbare bevolkingsgroepen onevenredig hard treffen, zouden achterwege kunnen blijven of op zijn minst verlicht kunnen worden. Wie zich nu in arren moede afvraagt waarom hij of zij (misschien voor het eerst in haar/zijn leven) zijn/haar stem nog aan het CDA zou geven, zou er door gemotiveerd kunnen worden weer moed te vatten.
Willem Aantjes is oud-fractievoorzitter van de ARP en mede-oprichter van het CDA.
Bron: Trouw
Wilt u profiteren van onze laagste rentetarieven? Klik voor een vrijblijvend hypotheekvoorstel.
| Print Artikel |
Wilt u meer informatie over het artikel " Balkenende moet zijn politieke lot veel meer tarten " of wilt u contact met ons opnemen? Klik hier en laat het ons weten!
© 2005 Hypohome | Privacy Verklaring