nibud betaalwijzer
1 Waarom deze informatie?
Een eigen woning geldt voor veel mensen als een ideaal. Aan koopwoningen zitten dan ook aantrekkelijke kanten. Zo kunt u uw eigen woning helemaal naar uw persoonlijke smaak en wensen aanpassen. U heeft niet te maken met een verhuurder die van u verlangt dat u de woning weer in de oorspronkelijke staat brengt als u gaat verhuizen. Ook niet onbelangrijk is dat de fiscus meehelpt om uw woonlasten betaalbaar te houden. De rente die u betaalt over de hypotheek voor uw eerste eigen woning (die uw hoofdverblijf is), is namelijk aftrekbaar voor de inkomstenbelasting.
Een hypotheek afsluiten is een financiële handeling die belangrijke gevolgen heeft voor uw uitgavenpatroon. Hypotheeklasten nemen immers een flink deel van uw beschikbare inkomen in beslag. Dat geldt niet alleen op het moment dat u de hypotheek afsluit, maar ook voor een flink aantal jaren daarna. Het is daarom van belang dat u zich goed laat informeren over de keuze van een hypotheek. Deze informatie kan u daarbij helpen.
De informatie is als volgt ingedeeld. Het volgende hoofdstuk gaat over de hypotheek en uw huidige budget. Hoe bepaalt een hypotheekadviseur welk bedrag u kunt lenen? Met welke uitgaven krijgt u bijvoorbeeld te maken als u een woning koopt? Naast de aankoopsom van de woning krijgt u ook te maken met een aantal eenmalige kosten. Welke dat zijn en op welke bedragen u hiervoor moet rekenen, leest u ook in hoofdstuk 2.
De fiscus helpt mee de eigen woning betaalbaar te houden. Zo is de hypotheekrente onder bepaalde voorwaarden aftrekbaar. Over de fiscale gevolgen van de eigen woning leest u meer in hoofdstuk 3.
Hoofdstuk 4 gaat over de hypotheeklasten op de langere termijn. Hypotheeklasten nemen niet alleen nu een groot deel van uw budget in beslag, maar ook van uw budget over tien of twintig jaar. De beslissing die u nu neemt over uw hypotheek, heeft gevolgen voor een groot deel van uw verdere leven. In de tussentijd kan er veel gebeuren. Een deel van die gebeurtenissen heeft u misschien nu al gepland. Denk bijvoorbeeld aan gezinsvorming, (tijdelijk) stoppen met werken en pensionering. Er zijn daarnaast ook gebeurtenissen waar u misschien liever niet bij stilstaat, maar die u toch kunnen treffen. Voorbeelden zijn werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en overlijden. Over de financiële gevolgen van deze toekomstige gebeurtenissen, en over de maatregelen die u nu al kunt nemen gaat hoofdstuk 4.
De informatie in dit document maakt deel uit van de Gedragscode Hypothecaire
Financieringen, die aansluit bij de Europese gedragscode voor voorlichting aan consumenten
over hypotheekoffertes. Daardoor zijn hypotheekoffertes uit een groot aantal Europese landen
eenvoudig met elkaar te vergelijken en is een verantwoorde keuze uit allerlei verschillende
hypotheken mogelijk. Voor klachten over de gedragsregels is er een geschillenregeling.
Bij bepaalde hypotheken ontvangt u een financiële bijsluiter. Dit geldt alleen bij een
beleggingshypotheek en bij een levenhypotheek (zie hoofdstuk 2). In de financiële bijsluiter
staat allerlei informatie over de hypotheek, waardoor u deze gemakkelijker kunt vergelijken
met andere aanbiedingen. Tevens krijgt u meer inzicht in de risico's van de betreffende
hypotheek. Lees de financiële bijsluiter voordat u het betreffende product koopt.
Wet financiële dienstverlening
Naar verwachting zal in de loop van 2004 de Wet financiële dienstverlening in werking
treden. Deze wet heeft als doel de consument optimaal te beschermen bij het aanschaffen van
een financieel product zoals een hypotheek. Hypotheekverstrekkers, maar ook andere
aanbieders voor financiële diensten, moeten onder andere voldoen aan eisen van
deskundigheid, betrouwbaarheid, financiële zekerheid en zorgvuldige behandeling van
consumenten. Wanneer u zich oriënteert op de hypothekenmarkt, houdt deze wet in dat u
overal gelijk behandeld wordt, ongeacht via welk kanaal u de hypotheek gaat afsluiten.
Dit document wordt u aangeboden door het Contactorgaan Hypothecair Financiers (CHF) en het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD). De regelingen en bedragen in dit document zijn gebaseerd op gegevens zoals die eind 2003 bekend waren. Er kunnen zich sindsdien veranderingen hebben voorgedaan.
2 De hypotheek en uw huidige budget
Eén van de eerste vragen die mensen stellen als ze een huis willen gaan kopen, is welk bedrag zij kunnen lenen. Geen onbelangrijke vraag natuurlijk, want de hoogte van het bedrag dat u mogelijk kunt lenen, bepaalt in welke prijsklasse u het nieuwe huis kunt gaan zoeken. Er zijn verschillende manieren om te bepalen welk bedrag u kunt lenen. In dit hoofdstuk kunt u lezen:
| op welke manier hypotheekadviseurs tot een verantwoord hypotheekbedrag komen; | |
| aan welke (financiële) voorwaarden u moet voldoen om in aanmerking te komen voor een hypotheek met Nationale Hypotheek Garantie; | |
| hoe u de hypotheeklasten kunt inpassen in uw totale budget. |
Hieronder gaan we in op elk van de drie punten.
Een verantwoord hypotheekbedrag
Wanneer u naar een hypotheekadviseur stapt om te gaan praten over de hoogte van een
hypotheek, zal deze in ieder geval kijken naar de volgende gegevens:
| wat is uw financiële situatie? | |
| hoe hoog is de rente op dat moment? | |
| wat is de waarde van de woning waarvoor u de hypotheek wilt afsluiten? |
Uw financiële situatie
Voor een beoordeling van uw financiële situatie kijken geldverstrekkers naar uw inkomen en
eventuele financiële verplichtingen zoals een lening, een (doorlopend) krediet of alimentatie.
Daarnaast is eventueel beschikbaar vermogen zoals spaargeld van belang.
Geldverstrekkers gaan meestal uit van de zogenaamde woonquote. Dit is het maximale deel
van uw inkomen dat u kunt gebruiken voor de hypotheeklasten. Naast financieringslasten
heeft u immers nog andere uitgaven. Wanneer u de hypotheek laat vaststellen op de maximale
woonquote, heeft u overigens relatief hoge hypotheeklasten. Het is daarom zinvol na te gaan
wat uw andere uitgaven zijn en welk deel van uw inkomen deze in beslag nemen. Zie ook
onder het kopje 'Rekening houden met andere uitgaven'.
De rentestand
Voor de totale hypotheeklasten heeft u een bepaald deel van uw inkomen beschikbaar. De
hypotheeklasten bestaan voor een groot deel uit rente. Als de rente hoog is, kunt u daarom een
minder hoge lening afsluiten. Is de rente lager, dan kunt u vaak een hoger bedrag lenen. De
rente kan voor verschillende rentevaste perioden worden vastgezet. Daarna kunt u te maken
krijgen met een hogere rente en dus met hogere hypotheeklasten. Doorgaans is de rente lager
naarmate de rentevaste periode korter is. Een kortere rentevastperiode betekent ook dat u
eerder te maken krijgt met een gewijzigde rente, die mogelijk hoger kan zijn. Om te
voorkomen dat u meer leent door te kiezen voor een kortere rentevastperiode toetsen
geldverstrekkers in dat geval altijd met een hogere rente van minimaal 6%. Zie ook het kopje
'Stijging van de rente' (hoofdstuk 4).
De waarde van de woning
De woning waarvoor u de hypotheek afsluit, is het onderpand van de lening. Wanneer u de
hypotheeklasten niet meer kunt betalen, verkoopt de geldverstrekker in het uiterste geval uw
woning. De waarde van de woning is daarom zeer belangrijk voor de geldverstrekker. Daarom
vragen veel geldverstrekkers een taxatie van uw nieuwe woning voordat u een hypotheek kunt
afsluiten.
Normen van de Nationale Hypotheek Garantie
De Nationale Hypotheek Garantie wordt verstrekt door de Stichting Waarborgfonds Eigen
Woningen. De Nationale Hypotheek Garantie kunt u krijgen bij het afsluiten van een
hypotheek als u een woning koopt en/of als u uw woning gaat verbeteren.
U kunt de gehele koopsom inclusief alle bijkomende kosten onder Nationale Hypotheek
Garantie financieren. U krijgt dan een ander rentetarief, dat maximaal 0,5% punt onder het
gewone tarief kan liggen.
Om in aanmerking te komen voor deze regeling moet u voldoen aan bepaalde voorwaarden.
Zo mogen de totale kosten niet hoger zijn dan
230.000,- (2004). Dit bedrag is de koopprijs
van de woning vermeerderd met de bijkomende aankoop- en financieringskosten van 8% bij
nieuwbouw en 12% bij bestaande bouw. Verder mogen de hypotheeklasten niet hoger zijn
dan een bepaald percentage van uw inkomen. Welk percentage dat is, hangt af van de hoogte
van uw inkomen en de rente. Als u een hypotheek afsluit volgens de normen van de Nationale
Hypotheek Garantie, kunt u er vanuit gaan dat u een verantwoorde hypothecaire geldlening
hebt afgesloten. U houdt in normale situaties voldoende budget over voor uw andere uitgaven.
De normen van de Nationale Hypotheek Garantie worden ieder jaar opnieuw vastgesteld, op basis van gegevens van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD).
Bij een hypotheek met Nationale Hypotheek Garantie is de geldverstrekker er
zeker van dat het totale hypotheekbedrag terugbetaald wordt. Als u de hypotheeklasten niet
meer kunt betalen, kan de geldverstrekker in het uiterste geval uw woning verkopen. Dit is
een gedwongen verkoop. Het is mogelijk dat uw huis bij gedwongen verkoop minder
opbrengt dan het bedrag dat u heeft geleend. De Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen
staat ervoor garant dat de gehele schuld wordt afbetaald aan de geldverstrekker.
U heeft daardoor geen schuld meer bij de geldverstrekker, maar bij de eerdergenoemde
stichting. Deze stichting spreekt met u een betalingsregeling af om deze schuld terug te
betalen. Wanneer u naar het oordeel van de stichting geen schuld heeft aan de gedwongen
verkoop en u heeft meegeholpen de restantschuld zo veel mogelijk te beperken, zal de
stichting u de restantschuld kwijtschelden.
Koopsubsidie voor mensen met een laag inkomen
Door de Wet bevordering eigen woningbezit (BEW) komt een eigen huis voor meer mensen
binnen het financiële bereik. De wet houdt in dat mensen met een laag inkomen subsidie
kunnen krijgen voor een koophuis. De subsidie is onder andere afhankelijk van het inkomen
en de hoogte van de hypotheeklasten. De regeling lijkt in bepaalde opzichten op de
huursubsidiewet; de nieuwe wet gaat bijvoorbeeld uit van de inkomens- en vermogensgrenzen
die gelden voor de huursubsidie. Bij uw hypotheekadviseur kunt u informeren naar de verdere
voorwaarden voor deze subsidiemogelijkheid.
Rekening houden met andere uitgaven
Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD) gaat ervan uit dat de
hypotheeklasten moeten passen in het budget. Dat betekent dat de maximale hoogte van de
hypotheek afhankelijk is van het bedrag dat u nodig heeft voor de overige uitgaven. Het
bedrag dat 'overblijft' van het inkomen, is beschikbaar voor de hypotheek.
De uitgaven verschillen uiteraard van huishouden tot huishouden. Een gezin met kinderen is
waarschijnlijk een flink bedrag kwijt aan kinderopvang of schoolkosten. Een echtpaar zonder
kinderen besteedt wellicht weer meer aan vakantie en etentjes buiten de deur. Om de hypotheeklasten te kunnen inbouwen in uw budget, is het van belang dat u een goed inzicht
heeft in uw persoonlijke financiële situatie. Dat gaat het best door een begroting te maken.
Een begroting is een overzicht van uw inkomsten en uitgaven. Met behulp van een dergelijk overzicht kunt u zien welk deel van uw inkomen beschikbaar is voor de hypotheeklasten. Aan het slot van deze paragraaf vindt u een rekenschema waarmee u zo'n begroting kunt maken.
Een begroting maakt u voor een bepaalde periode, meestal voor een maand. Maar uw inkomsten en uitgaven zijn niet iedere maand hetzelfde. Een begroting van een willekeurige maand geeft dus geen betrouwbaar beeld van uw financiële situatie. Het NIBUD gaat daarom uit van een gemiddelde maandbegroting. Hierin zijn alle inkomsten en uitgaven omgerekend naar een bedrag per maand.
De eerste stap bij het maken van een begroting is het verzamelen van gegevens over uw
inkomsten en uitgaven. Welke inkomstenbronnen heeft u? Welke betalingen doet u?
Inkomstenbronnen zijn bijvoorbeeld uw netto loon, netto vakantietoeslag, kinderbijslag en
alimentatie.
De uitgaven verdeelt het NIBUD in drie groepen:
| de vaste lasten keren met een bepaalde regelmaat terug, bijvoorbeeld eens per maand of eens per jaar. Meestal heeft u er een contract of iets dergelijks voor afgesloten. Voorbeelden zijn de huur of hypotheek, gas en licht, telefoon, verzekeringen e.d.; | |
| de reserveringsuitgaven zijn grote uitgaven waarvoor u regelmatig een bedrag opzij moet leggen. Op het moment dat u zo'n grote uitgave moet doen, heeft u er tenminste het geld voor. Reserveringsuitgaven zijn bijvoorbeeld uitgaven aan kleding en schoenen, het onderhoud van huis en tuin, reparaties of vervanging van apparaten zoals de koelkast en de televisie, nieuwe meubels en vakantie; | |
| ten derde zijn er de huishoudelijke uitgaven. Daaronder vallen de uitgaven voor voeding, schoonmaakartikelen, toiletartikelen, enz. |
| Inkomsten | Nu | Straks |
|---|---|---|
| Netto inkomsten (loon/uitkering vakantietoeslag, kinderbijslag, tegemoetkoming schoolkosten, belastingteruggave*, alimentatie) |
€ | € |
| Uitgaven | ||
| Vaste Lasten | ||
| Netto hypotheeklasten** (of huur) | € | € |
| Gas, water, elektriciteit | € | € |
| Heffingen van gemeente en waterschap | € | € |
| Telefoon | € | € |
| Verzekeringen | € | € |
| School en studiekosten | € | € |
| Contributies en abonnementen | € | € |
| Kabelabonnement | € | € |
| Vervoerskosten | € | € |
| Afbetalingen | € | € |
| Reserveringsuitgaven | ||
| Kleding | € | € |
| Inventaris, onderhoud huis en tuin | € | € |
| Extra ziektekosten | € | € |
| Recreatie | € | € |
| Huishoudelijke uitgaven | € | |
| (voeding, roken, persoonlijke verzorging) | € | € |
| Totaal |
* Hieronder vallen de heffingskortingen die u zelf moet aanvragen bij de belastingdienst en eventuele andere belastingvoordelen, bijvoorbeeld in verband met buitengewone uitgaven en kinderopvang. De hypotheekrente-aftrek wordt hier niet meegeteld; deze wordt in dit schema direct verrekend met de hypotheeklasten.
** De netto hypotheeklasten zijn de hypotheeklasten waarin het belastingvoordeel al is verwerkt. Zie hoofdstuk 3 van dit document.
Hoe gebruikt u het schema?
In het bovenstaande rekenschema staan verschillende inkomsten- en uitgavenposten. Het is niet
gezegd dat u al deze inkomsten- en uitgavenposten ook heeft, maar u kunt deze opsomming wel
gebruiken als geheugensteuntje bij het maken van uw eigen lijst.
Met het schema kunt u een vergelijking maken tussen de uitgaven die u nu heeft en de uitgaven in de nieuwe situatie. Verhuizen naar een andere woning heeft immers meestal veranderingen in de uitgaven tot gevolg. Een aantal uitgaven zal ongeveer gelijk blijven. Zo gaat u niet opeens meer boodschappen doen of meer kleding aanschaffen omdat u gaat verhuizen. Een aantal andere uitgaven kan wel veranderen door de verhuizing. Om een groter huis te verwarmen, is meer energie nodig en dus is de energierekening hoger. Maar wie dichterbij zijn werk gaat wonen, heeft daarentegen weer lagere uitgaven aan woon- werkverkeer. Wanneer u verhuist naar een andere gemeente, veranderen ook de gemeentelijke heffingen. De tarieven hiervoor verschillen immers per gemeente. Meer informatie hierover kunt u krijgen bij de gemeente. In het schema kunt u de uitgaven noteren waarvan u verwacht dat ze veranderen door de verhuizing. Op die manier krijgt u een overzicht van de verschillen tussen de huidige en de toekomstige situatie.
Van een huurwoning naar een koopwoning
Wanneer u verhuist van een huurwoning naar een koopwoning, krijgt u te maken met een
aantal extra uitgaven die u als huurder niet hebt. Denk hierbij aan bepaalde extra
verzekeringen, het onderhoud van de woning en een aantal extra belastingen. Hieronder volgt
een korte beschrijving van deze uitgaven.
Verzekeringen
Voor een koopwoning heeft u in ieder geval een opstalverzekering nodig. Deze verzekering
dekt de risico's van brand en andere schade aan het huis. De hoogte van de
verzekeringspremie is afhankelijk van de herbouwwaarde van de woning. Dit zijn de kosten
die gemaakt moeten worden om de woning in de oorspronkelijke staat te brengen.
Een andere verzekering die huizenbezitters bijna altijd afsluiten, is de
overlijdensrisicoverzekering. Stel dat u of uw partner zou komen te overlijden voordat de
hypotheek is afgelost. Door de uitkering van de overlijdensrisicoverzekering wordt het huis
(gedeeltelijk) afbetaald en kan de langstlevende partner in ieder geval in het huis blijven
wonen. Bij bepaalde hypotheekvormen is het overlijdensrisico automatisch gedekt. Wel moet
u dan nog beslissen of u de verzekering afsluit op één of op beide partners. Van belang bij
deze afweging is wie voor (het grootste gedeelte van) het gezinsinkomen zorgt.
Onderhoud huis en tuin
Als huurder bent u gewend dat de verhuurder de meeste onderhoudskosten betaalt. Verhuist u
naar een koopwoning, dan komen deze kosten voor uw eigen rekening. Het bedrag dat u
hiervoor moet reserveren, varieert nogal. De kosten zijn onder andere afhankelijk van het type
woning, het bouwjaar, etc. U moet rekenen op een bedrag dat ligt tussen de
80,- en 250,-
per maand. Een andere richtlijn voor de jaarlijkse onderhoudskosten van uw woning is uit te
gaan van 1% van de waarde van de woning. Wanneer u een appartement heeft, betaalt u via
de servicekosten aan de Vereniging van eigenaren een bijdrage voor onderhoud.
Eigenwoningforfait
Het eigenwoningforfait is geen directe uitgave, maar een bedrag waarover u belasting moet
betalen. De Belastingdienst gaat ervan uit dat u een bepaald woongenot heeft van uw eigen
woning. Dit woongenot wordt uitgedrukt in een bepaald bedrag, namelijk: het bedrag dat uw
woning aan huur zou opbrengen na aftrek van onderhoudskosten en afschrijving. De hoogte
van het eigenwoningforfait is afhankelijk van de WOZ-waarde van de woning (wet
Waardering Onroerende Zaken). Deze waarde wordt vastgesteld door de gemeente; in de
meeste gemeenten eens per vier jaar. Van de WOZ-waarde neemt u een bepaald percentage,
dat u als eigenwoningforfait optelt bij uw belastbaar inkomen. Stel dat de WOZ-waarde van
de woning
200.000,- bedraagt. In onderstaande tabel kunt u zien dat u 0,85% van
200.000,- is 1.700,- als eigenwoningforfait moet optellen bij het belastbaar inkomen.
| Percentages eigenwoningforfait (per 1-1-2004) | ||
|---|---|---|
| WOZ-waarde | ||
| Meer dan | Maar niet meer dan | Eigenwoning- Forfait |
| - | € 12.500,- | - |
| € 12.500,- | € 25.000,- | 0.3% |
| € 25.000,- | € 50.000,- | 0.45% |
| € 50.000,- | € 75.000,- | 0.6% |
| € 75.000,- en meer | € | 0.85% * |
| * Maximaal € 8.500,- | ||
Heffingen aan de gemeente en aan het waterschap
Eén van de heffingen die u jaarlijks aan de gemeente betaalt, is de onroerende zaakbelasting
(OZB). De OZB bestaat uit twee gedeelten: een eigenarendeel en een gebruikersdeel.
Huurders betalen alleen het gebruikersdeel. Voor een eigen woning betaalt u zowel het
eigenarendeel als het gebruikersdeel. De tarieven verschillen per gemeente en worden
vastgesteld per
2.268,- van de WOZ-waarde van de woning. Voor het eigenarendeel is het
tarief gemiddeld
3,- per 2.268,- van de WOZ-waarde. Ook waterschappen kennen aparte
heffingen voor bewoners van een koopwoning.
Eenmalige kosten
Wanneer u een huis koopt, krijgt u naast de aankoopsom van de woning ook te maken met
een aantal eenmalige kosten. Deze komen neer op zo'n 10 tot 12% van de totale kosten van de
aankoop van een bestaande woning. Bij een nieuwbouwwoning ligt dit percentage tussen 5 en
8%. De eenmalige kosten zijn onder te verdelen in de aankoopkosten en de
financieringskosten. De financieringskosten kunt u aftrekken van de belasting; de
aankoopkosten niet.
Aankoopkosten
Tot de aankoopkosten van de woning worden gerekend:
| kosten die de makelaar aan u in rekening brengt voor de bemiddeling bij de aankoop van de woning; | |
| de overdrachtsbelasting van 6% van de aankoopsom van de woning; | |
| kosten die de notaris aan u in rekening brengt voor de eigendomsoverdracht van de woning (opmaken transportakte). |
Makelaars hanteren voor de bemiddelingskosten geen vaste tarieven; u moet hierover zelf
afspraken maken met de makelaar. Ook notarissen hebben de vrijheid om hun eigen tarieven
vast te stellen. Vraag een aantal notarissen vooraf naar de hoogte van hun tarieven.
Financieringskosten
Tot de financieringskosten van de woning worden gerekend:
| afsluitprovisie; | |
| kosten hypotheekakte; | |
| provisie Nationale Hypotheek Garantie; | |
| taxatiekosten woning. |
De financieringskosten worden hierna kort beschreven:
Afsluitprovisie
Voor het afsluiten van de hypotheek betaalt u de geldverstrekker doorgaans een bepaalde
provisie. Meestal gaat het om 1 à 1,5% van het hypotheekbedrag. De afsluitprovisie is direct
aftrekbaar tot maximaal 1,5% van het hypotheekbedrag (maximaal
3.630,-). Een eventueel
bedrag boven deze
3.630,- is in latere jaren aftrekbaar, verdeeld over de looptijd van de
lening.
Opmaak en inschrijving hypotheekakte
De gegevens van uw hypotheek moeten worden ingeschreven in de openbare registers van het
kadaster. Hiervoor maakt de notaris een hypotheekakte op. De kosten hiervan zijn onder
andere afhankelijk van het hypotheekbedrag. De kosten voor inschrijving in het kadaster
bedragen maximaal
92,15.
Provisie Nationale Hypotheek Garantie
Nationale Hypotheek Garantie kunt u aanvragen bij uw geldverstrekker. De kosten bedragen
0,30% van het hypotheekbedrag (2004).
Taxatiekosten
Veel geldverstrekkers vragen een taxatie van uw nieuwe woning voordat u een hypotheek
kunt afsluiten. Vaak is taxatie zelfs verplicht, bijvoorbeeld wanneer u een bestaande woning
koopt of wanneer u een hypotheek met Nationale Hypotheek Garantie wilt afsluiten. Meestal
komen de taxatiekosten voor uw rekening. De kosten worden berekend over de getaxeerde
waarde van de woning (meestal de vrije verkoopwaarde). Makelaars zijn vrij in het vaststellen
van taxatietarieven. Informeer bij verschillende makelaars naar de hoogte van deze tarieven.
Belastingvoordeel per maand verrekend
De rente die u over de hypotheek betaalt, kunt u voor de inkomstenbelasting van uw inkomen
aftrekken. In principe krijgt u het belastingvoordeel eenmaal per jaar uitbetaald door de
Belastingdienst als u een aangifteformulier invult. Vaak gaat het om aanzienlijke bedragen.
Het kan aantrekkelijk zijn om dit belastingvoordeel iedere maand te laten uitbetalen, in plaats
van eens per jaar. Dat is mogelijk wanneer u bij de Belastingdienst een verzoek indient voor
een 'voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting / premies volksverzekeringen'. Een formulier
hiervoor kunt u aanvragen bij de Belastingdienst. Het formulier is ook te downloaden vanaf
de internetsite van de Belastingdienst: www.belastingdienst.nl. Meer informatie over de
voorlopige teruggaaf is verkrijgbaar bij de (gratis) Belastingtelefoon: 0800-0543.
Hypotheekvormen
Er zijn zeer veel verschillende hypotheekvormen, met allemaal hun eigen specifieke
kenmerken. Er zijn talloze combinaties mogelijk van de diverse basisvormen. Belangrijk is
dat de hypotheek aansluit bij uw persoonlijke wensen en mogelijkheden. De basisvormen
zijn:
Lineaire hypotheek
Bij de lineaire hypotheek lost u iedere maand een vast deel van de lening af.
Tijdens de
looptijd van de lening betaalt u daardoor steeds minder rente.
De hypotheeklasten nemen
daardoor af gedurende de looptijd van de hypotheek. Deze vorm is vooral interessant wanneer
u een inkomensdaling verwacht.
Annuïteitenhypotheek
Ook bij deze hypotheekvorm lost u iedere maand een deel van de lening af. Dit is echter geen
vast bedrag. Aan het begin van de looptijd lost u weinig af en betaalt u veel rente; aan het eind
van de looptijd lost u meer af en betaalt u minder rente. De bruto hypotheeklasten zijn
daardoor iedere maand gelijk. Aangezien u tijdens de looptijd steeds minder rente gaat betalen
en dus minder belastingvoordeel geniet, stijgen de netto hypotheeklasten gedurende de
looptijd van de hypotheek.
Levenhypotheek
Bij deze hypotheekvorm is het belastingvoordeel maximaal, omdat u de lening pas aan het
einde van de looptijd in één keer helemaal of gedeeltelijk aflost. Via een kapitaalverzekering
spaart u het hiervoor benodigde kapitaal onder bepaalde voorwaarden- belastingvrij bijeen.
Afhankelijk van de gekozen dekking, is het eindkapitaal geheel of gedeeltelijk gegarandeerd.
In het laatste geval bestaat de mogelijkheid dat u de hypotheek niet in z'n geheel kunt
aflossen.
Spaarhypotheek
Ook deze hypotheekvorm is gekoppeld aan een kapitaalverzekering. Het belastingvoordeel is
over de gehele looptijd maximaal, omdat u de lening pas aan het einde van de looptijd in één
keer helemaal aflost. Met een spaarhypotheek bent u er zeker van dat u aan het eind van de
looptijd het geplande kapitaal heeft om deze hypotheek af te lossen.
Beleggingshypotheek
Ook hier is het belastingvoordeel maximaal. Beleggingshypotheken zijn er in twee varianten.
U kunt beleggen via een levensverzekering of direct in aandelen / beleggingsfondsen.
| Via levensverzekering: door betaling van premie die wordt belegd in beleggingsfondsen | |
| bouwt u aan het eindkapitaal. |
Zonder verzekering: via maandelijkse of eenmalige inleg in beursgenoteerde
(beleggings)fondsen bouwt u het eindkapitaal op.
Bij beide vormen bestaat het risico dat u door tegenvallend rendement de hypotheek niet in
z'n geheel kunt aflossen.
Aflossingsvrije hypotheek
Bij deze hypotheekvorm lost u gedurende de looptijd de lening niet af; u betaalt alleen rente.
U bouwt daardoor geen vermogen op. Vaak kunt u deze hypotheek alleen afsluiten in
combinatie met een hypotheekvorm waarbij er wel wordt afgelost. Een andere mogelijkheid is
dat u de woning gedeeltelijk met eigen geld financiert.
3 De fiscus en de eigen woning
Inkomen kan bestaan uit loon of een uitkering, maar ook uit winst, rente en dividend. Over de
meeste inkomsten betaalt u belasting. Er zijn drie soorten inkomsten, die elk zijn
ondergebracht in één van de volgende boxen:
Box 1: inkomen uit werk en woning
De inkomsten die in box 1 zijn ondergebracht zijn bijvoorbeeld uw salaris of uitkering, winst
uit een onderneming, maar ook de inkomsten uit de eigen woning (het eigenwoningforfait).
Deze inkomsten worden belast tegen een tarief dat afhankelijk is van de hoogte van uw
jaarinkomen.
De inkomsten uit de eigen woning die als hoofdverblijf geldt, zijn onder andere het
eigenwoningforfait en de hypotheekrente. Van het eigenwoningforfait trekt u de
hypotheekrente af. Dat levert vaak een negatief bedrag op, omdat de hypotheekrente meestal
een hoger bedrag is dan het eigenwoningforfait. Dit negatieve bedrag levert u een
belastingteruggave op.
Box 2: inkomen uit aanmerkelijk belang
In box 2 wordt de winst uit aanmerkelijk belang belast. Dat is de winst uit een vennootschap
waarin u een belang heeft van meer dan 5%. In dit document gaan we verder niet in op dit
onderwerp.
Box 3: inkomen uit sparen en beleggen
Inkomsten uit sparen en beleggen worden belast in box 3. Iedereen betaalt een vast deel van
zijn of haar vermogen aan de belasting. Onder vermogen worden alle spaartegoeden en
beleggingen verstaan. De eerste eigen woning die als hoofdverblijf dient geldt niet als
vermogen.
Hoe u rendement haalt op vermogen - via rente, dividend, koerswinst, etc. - doet er niet toe.
Ook maakt het niet uit hoe hoog het rendement in werkelijkheid is. De overheid gaat er vanuit
dat vermogen 4% rendement oplevert. Dit veronderstelde rendement wordt belast met 30%.
Iedereen betaalt jaarlijks dus 1,2% van zijn of haar vermogen aan de belasting. Dit is de
vermogensrendementsheffing.
Niet over het gehele vermogen hoeft belasting te worden betaald. Per persoon is de eerste
19.252,- vrijgesteld. Per minderjarig kind geldt een extra vrijstelling van
2.571,-. Ouderen
kunnen recht hebben op een extra vrijstelling (cijfers per 1-1-2004).
Schulden boven een drempel van 2.700,- mag u van het vermogen aftrekken.
Hypotheekrente maximaal 30 jaar aftrekbaar
De rente over de lening (meestal hypotheek) voor aanschaf, verbetering of onderhoud van de
eerste eigen woning is aftrekbaar. Er geldt echter een beperking: u mag de rente gedurende
maximaal 30 jaar aftrekken. Heeft u de hypotheek na 30 jaar niet helemaal afgelost
bijvoorbeeld doordat u een aflossingsvrije hypotheek heeft afgesloten dan kunt u de
hypotheekrente na die 30 jaar niet meer aftrekken.
De periode van 30 jaar start in principe vanaf de eerste maand dat u rente betaalt over de
hypotheek. Wanneer u tijdens de looptijd een extra hypotheek afsluit - bijvoorbeeld voor de
verbouwing van uw huis - geldt voor die lening opnieuw de periode van 30 jaar.
Wanneer u een bestaande hypotheek overzet in een andere - het zogeheten oversluiten van de hypotheek - eindigt de renteaftrek na de 30 jaar van de oorspronkelijke lening. Is de nieuwe lening hoger dan de oorspronkelijke, dan geldt voor het extra geleende bedrag opnieuw de periode van 30 jaar, tenzij u dit bijgeleende bedrag besteedt aan consumptieve uitgaven. In dit laatste geval is de rente helemaal niet aftrekbaar.
Voor hypotheken die zijn afgesloten vóór 1 januari 2001, is de periode van 30 jaar ingegaan op 1 januari 2001. De rente blijft aftrekbaar tot en met 2030.
Hypotheek op basis van een kapitaalverzekering
Veel hypotheekvormen, zoals de leven-, spaar- en beleggingshypotheek zijn gekoppeld aan
een kapitaalverzekering. Een kapitaalverzekering is een voordelige manier om onder
bepaalde voorwaarden belastingvrij te sparen. Voor kapitaalverzekeringen die afgesloten
zijn in combinatie met de eigen woning, gelden de volgende voorwaarden. De
hypotheekrenteaftrek eindigt op het moment dat de verzekering uitkeert. Bovendien moet in
de polis vermeld staan dat de uitkering bestemd is voor het aflossen van de hypotheekschuld.
Gebruikt u de uitkering voor een ander doel, dan moet u er belasting over betalen. Bovendien
houdt u dan een hypotheekschuld. De rente die u moet betalen over deze schuld, is niet meer
aftrekbaar. Wel is het dan mogelijk om de lening in box 3 van uw vermogen af te trekken. U
betaalt dan een lagere vermogensrendementsheffing.
Een tweede woning
Voor een woning die niet als hoofdverblijf wordt gebruikt een zogeheten tweede woning
gelden andere belastingregels dan voor een eerste eigen woning. Het gaat bijvoorbeeld om
vakantiehuisjes, etc. De waarde van dit soort woningen geldt als vermogen. Dit vermogen
wordt belast in box 3. Heeft u een hypotheek afgesloten voor een tweede woning, dan is de
rente over deze hypotheek niet aftrekbaar. Wel kunt u de hypotheek in box 3 als schuld van
uw vermogen aftrekken. U betaalt dan een lagere vermogensrendementsheffing.
Rente over leningen voor consumptieve uitgaven niet aftrekbaar
Sommige mensen gebruiken de overwaarde van hun woning voor bepaalde consumptieve
uitgaven, zoals een auto of een boot. De rente over leningen voor dit soort uitgaven is niet
aftrekbaar. Wel kunt u dit soort leningen in box 3 van uw vermogen aftrekken, waardoor u
minder vermogensrendementsheffing betaalt.
Bijleenregeling
Op 1 januari 2004 is de Bijleenregeling in werking getreden. Wie na die datum zijn of haar
woning verkooptcht, kan niet zonder gevolgen voor de hypotheekrenteaftrek een maximale
hypotheek afsluiten voor een duurdere, nieuwe woning. Voorheen kon men de overwaarde
van de verkochte woning vrij besteden. Per 1 januari 2004 moet u de overwaarde in de
nieuwe woning steken; leent u dit bedrag toch, dan is de hypotheekrente hierover niet
aftrekbaar. Wanneer u voor het eerst een eigen woning koopt, krijgt u niet te maken met deze
regeling.
4 De betaalbaarheid van de hypotheek op de lange termijn
Een hypotheek is een financiële verplichting die u aangaat voor een lange periode; meestal voor dertig jaar. In de tussentijd kan er veel gebeuren. Deze gebeurtenissen kunnen gevolgen hebben voor uw inkomen en dus voor de betaalbaarheid van uw hypotheek. Het is uiteraard niet de bedoeling dat u in de problemen raakt door een dergelijke gebeurtenis. Dit hoofdstuk gaat over de maatregelen die u nu al kunt nemen om problemen door een bepaalde gebeurtenis later voor te zijn.
Gezinsvorming en stoppen met werken
Op de eerste plaats zijn er gebeurtenissen waarvan u nu al weet dat ze staan te gebeuren. Bij
het afsluiten van de hypotheek kunt u daar al rekening mee houden. Stel dat u en uw partner
graag kinderen willen. Daardoor verandert er het nodige in uw inkomsten- en
uitgavenpatroon. In de meeste gevallen besluit één of beide partner(s) minder te gaan werken
zo lang de kinderen klein zijn. Dat betekent dat de inkomsten (tijdelijk) lager zullen zijn. De
uitgaven zijn daarentegen hoger door de gezinsuitbreiding. Wanneer er kinderen komen, is er
in de meeste gezinnen dus minder budget beschikbaar voor de hypotheeklasten. Bij het
afsluiten van de hypotheek kunt u daar al rekening mee houden. Bijvoorbeeld door u af te
vragen of u beide inkomens helemaal laat meetellen bij de berekening van het hypotheekbedrag. Zo lang er nog geen kinderen zijn, lijkt dat misschien aantrekkelijk. U kunt
immers meer lenen en een woning in een hogere prijsklasse zoeken. Maar op termijn zijn de
hogere hypotheeklasten minder voordelig, omdat er gewoonweg minder budget beschikbaar is
als er kinderen zijn.
Ook het tijdstip dat u stopt met werken, staat vaak al lang van tevoren vast. Het is te
verwachten dat uw inkomen dan lager is. Voor de hypotheek heeft dat tot gevolg dat de lasten
hiervan een groter deel van uw budget in beslag nemen. Daarnaast profiteert u minder van de
hypotheekrenteaftrek. Door uw lagere inkomen is het denkbaar dat u in een andere
belastingschijf wordt ingedeeld. Bovendien geldt er voor 65-plussers een lager belastingtarief.
Het is daarom van belang dat u de looptijd van de hypotheek en de hoogte ervan afstemt op
uw inkomen dat u heeft nadat u bent gestopt met werken.
Werkloosheid
Wanneer u zonder werk komt, heeft u onder bepaalde voorwaarden recht op een
werkloosheidsuitkering. Heeft u altijd gewerkt, dan bedraagt de uitkering maximaal 70% van
het laatstverdiende loon. Een werkloosheidsuitkering is echter nooit hoger dan ±
2.550,-
bruto per maand. Bovendien ontvangt u deze gedurende maximaal vijf jaar. Werkloosheid
heeft dus een flinke inkomensdaling tot gevolg. De maandelijkse hypotheeklasten kunnen
daardoor een probleem worden. Sommige geldverstrekkers bieden in combinatie met de
hypotheek verzekeringen aan waarmee u de inkomensachteruitgang door onvrijwillige
werkloosheid kunt verzekeren. Afhankelijk van de voorwaarden van deze verzekering,
worden de hypotheeklasten gedurende een bepaalde periode helemaal of voor een deel
doorbetaald.
Over het algemeen kunt u problemen door inkomensachteruitgang echter voorblijven door
niet tot het uiterste te gaan bij het afsluiten van een hypotheek. U houdt dan nog ruimte over
in uw budget om eventuele tegenvallers op te vangen. De hypotheeklasten blijven daardoor
betaalbaar.
Arbeidsongeschiktheid
Wanneer u arbeidsongeschikt raakt, heeft u na een bepaalde periode recht op een WAO-
uitkering. Afhankelijk van het percentage dat u arbeidsongeschikt wordt verklaard, daalt uw
inkomen tot maximaal 70% van uw laatstverdiende loon. U kunt een aanvullende verzekering
afsluiten tegen arbeidsongeschiktheid. Vaak kan dat in combinatie met uw hypotheek. Het is
echter de vraag of dat in alle gevallen nodig is. Veel werknemers zijn via hun werkgever
aanvullend verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Soms betalen werkgevers salaris door als
aanvulling op de WAO-uitkering. Bij veel bedrijven is het ook mogelijk om deel te nemen
aan een collectieve verzekering tegen arbeidsongeschiktheid. Voor meer informatie over
regelingen via uw werkgever kunt u terecht bij de afdeling personeelszaken.
Of u zich privé tegen arbeidsongeschiktheid wilt verzekeren, is afhankelijk van de eventuele
regelingen via uw werkgever en van uw eigen wensen. Wanneer de uitkeringen na
arbeidsongeschiktheid te laag zijn voor uw uitgaven, heeft u een tekort. Dit tekort kunt u
aanvullen via een privé-verzekering. Meer informatie over de mogelijkheden en de kosten
kunt u krijgen bij uw hypotheekadviseur.
Ook bij arbeidsongeschiktheid geldt dat u problemen door inkomensachteruitgang kunt voorblijven door niet tot het uiterste te gaan bij het afsluiten van een hypotheek. U houdt dan nog ruimte in uw budget om eventuele tegenvallers op te vangen. De hypotheeklasten blijven daardoor betaalbaar.
Overlijden
Het overlijden van u of uw partner is uiteraard geen gebeurtenis waar u graag bij stilstaat.
Toch is het niet onverstandig om u af te vragen wat het voor de financiën betekent wanneer
een van beiden alleen achterblijft. Door een achteruitgang in het inkomen kunnen de
hypotheeklasten onbetaalbaar worden. In het uiterste geval kunt u niet meer in uw woning
blijven wonen. Het is daarom aan te raden om een overlijdensrisicoverzekering af te sluiten
bij uw hypotheek. De hypotheek wordt dan helemaal of voor een deel afgelost. Partners
moeten beslissen of zij de verzekering afsluiten op het leven van één of op dat van beide
partners.
Een aparte overlijdensrisicoverzekering is niet altijd nodig. Bij sommige hypotheekvormen is
het overlijdensrisico al automatisch gedekt. Een andere mogelijkheid is dat u misschien
aanspraak kunt maken op een nabestaandenpensioen via de werkgever of een ANW-uitkering
via de overheid. Verder hebben alleenstaanden niet altijd een overlijdensrisicoverzekering
nodig.
En tot slot zijn de hypotheeklasten in sommige gevallen zo laag, of de financiële
middelen van de nabestaanden zo ruim, dat het wegvallen van een inkomen geen problemen
hoeft op te leveren.
Waardevermindering woning
De verkoopwaarde van een woning is afhankelijk van vraag en aanbod op de woningmarkt.
Stel dat u uw eigen woning over een aantal jaren weer wilt verkopen. U bent dan afhankelijk
van de vraag op dat moment. Het is niet gezegd dat u dan het bedrag kunt vragen dat u nu
betaald heeft voor de woning. De kans bestaat dat u minder krijgt; het is zelfs mogelijk dat u
minder krijgt dan de schuld die op dat moment nog op de woning rust.
Stijging van de rente
Over de hypotheek betaalt u rente. Het rentepercentage wordt meestal voor een aantal jaren vastgezet. Voor die periode weet u dus wat uw hypotheeklasten zijn. Daarna krijgt u een
aanbod om de rente tegen een nieuw percentage vast te zetten. De hypotheekrente kan op dat
moment lager zijn, maar ook hoger. De kans bestaat dus dat uw hypotheeklasten stijgen na
afloop van de rentevaste periode. Bij de meeste geldverstrekkers kunt u kiezen voor een
rentevaste periode met rentebedenktijd. Binnen die termijn kunt u zelf het moment kiezen
waarop u de nieuwe rente vastzet. U heeft dan zelf enige invloed op het nieuwe
rentepercentage en bent niet afhankelijk van het percentage op één bepaalde datum. De
constructie met rentebedenktijd is niet altijd kosteloos. Vaak geldt een opslag van 0,2% op de
rente.
Nibud Budget Sjabloon
Klik hier en download de handige nibud budget sjabloon
Wilt u meer informatie over de nibud betaalwijzer of wilt u contact met ons opnemen? Klik hier en laat het ons weten!